Droge blusleiding

droge-blusleiding_big

 

Wat is een droge blusleiding?

Een droge blusleiding is een ander woord voor brandslang aansluiting of brandslang haspel. Deze wordt gebruikt bij het blussen van een brand

Wanneer gebruik je een droge blusleiding?

Een droge blusleiding (Afpersen) wordt toegepast in hoge gebouwen als blusvoorziening voor de brandweer. De droge blusleidingen zijn vervaardigd uit buizen gemaakt van staal met daarbij brandslang- en voedingsaansluitingen.

Dit zorgt ervoor dat de brandweer, met de pompinstallatie van een brand blusauto, de gewenste hoeveelheid water zeer snel op de benodigde plaats kan transporteren.

Het is wettelijk verplicht dat de droge blusleiding en de aansluitpunten jaarlijks op druk en waterdichtheid worden gecontroleerd.

Droge blusleiding aanleggen

De aanwezigheid van een droge blusleiding is verplicht bij:

  • Gebouwen waarvan de hoogste verdiepingsvloer 20 meter boven het maaiveld ligt.
  • Een zeer uitgestrekt gebouw.
  • Een gebouw dat door brandweervoertuigen moeilijk rondom te bereiken is (er moet dan wel binnen 40 meter een brandkraan bevinden).

De Nederlandse norm NEN 1594 geeft richtlijnen voor de inspectie en het onderhoud van droge blusleidingen.

Onderhoud droge blusleiding

Droge blusleidingen dienen jaarlijks te worden onderhouden en gecontroleerd. Dit onderhoud bestaat uit:

  1. De visuele controle van alle onderdelen, inclusief de aansluitkast.
  2. Controle voedings- en brandslang aansluitingen.
  3. Conditioneren van rubber afdichtingen.
  4. Controleren en conditioneren van de spindels.

Om de 5 jaar uitgebreid onderhoud:

Ten minste 1x per vijf jaar dient uitgebreid onderhoud plaats te vinden, waarbij de blusleidingen hydrostatisch worden beproefd op sterkte en lekdichtheid. Het uitgebreide onderhoud bestaat uit:

1. Jaarlijks onderhoud.
2. Controleren of het ontluchtingsventiel goed functioneert.
3. Hydrostatisch beproeven van de blusleidingen op 2400 kpa.
4. Het leeg maken, indien nodig drogen en afsluiten van de leiding.
5. Mochten er tijdens het vullen lekkages optreden, worden deze indien mogelijk direct gerepareerd. Is dit niet mogelijk dan wordt er een reparatie voorstel gedaan.

Onderhoudsrapport:
Na het onderhoud worden alle bevindingen vastgelegd in een onderhoudsrapport. Ook wordt de droge blusleiding voorzien van een onderhoudsetiket.

brand-bordje_big

Artikel 6.29 Droge blusleiding

Droge blusleiding eisen

Met het gebruik van het begrip «droge blusleiding» in dit artikel wordt niet beoogd een natte blusleiding te verbieden maar om te regelen dat er minimaal een blusleiding moet zijn die ten minste voldoet aan de gestelde eisen voor een droge blusleiding.

Het eerste lid van dit artikel schrijft voor gebouwen die een vloer van een verblijfsgebied hebben die hoger dan 20 m ligt een droge blusleiding voor. Ook in het kader van gelijkwaardigheid en het bouwen van hoge of ondergrondse gebouwen kan een dergelijke blusleiding noodzakelijk zijn. Omdat met name bij gebouwen met een vloer van een verblijfsgebied boven de 70 m, de opvoerhoogte van de pomp van een brandweerwagen onvoldoende is, is het daar niet mogelijk de blusleiding te laten functioneren zonder pompinstallatie. In al deze gevallen is sprake van bij of krachtens de wet voorgeschreven blusleidingen en pompinstallaties, waaraan in artikel 1.16 (Zorgplicht) eisen aan controle en onderhoud worden gesteld. Zie ook hierna het zevende lid.

Het tweede lid biedt de mogelijkheid om bij ministeriële regeling andere categorieën aan te wijzen die een droge blusleiding moeten hebben en om nadere eisen te stellen aan droge blusleidingen. Hierbij kan gedacht worden aan het in bepaalde situaties voorschrijven van bijvoorbeeld een horizontale droge blusleiding of als het een hoog gebouw betreft een droge blusleiding met pompinstallatie.

Het derde lid regelt dat een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m een droge blusleiding heeft met een aansluiting in elke hulppost. De droge blusleiding en de elke brandslangaansluiting moeten een doorstroomopening hebben die bij brand kan voorzien in een capaciteit van ten minste 120 m³ bluswater per uur. Uit artikel 6.30, tweede lid, volgt dat deze capaciteit gedurende ten minste één uur bij gebruik van ten minste één brandslangaansluiting moet zijn gewaarborgd. Het is dus niet zo dat bij gelijktijdig gebruik van twee aansluitingen een bluscapaciteit van 240 m³ beschikbaar beschikbaar moet zijn.

Het vierde tot en met zesde lid bevatten de eisen waaraan een blusleiding bij nieuwbouw (vierde en vijfde lid) respectievelijk bestaande bouw (vierde lid en zesde lid) moet voldoen. In artikel 6.29 wordt in het vijfde lid voortaan [Stb. 2013, 75] gesproken van een te installeren droge blusleiding, in plaats van een droge blusleiding van een te bouwen bouwwerk. In het zesde lid wordt voortaan gesproken van een bestaande droge blusleiding in plaats van een droge blusleiding van een bestaand bouwwerk. Met deze wijzigingen is bovendien duidelijk dat op een nieuw te installeren droge blusleiding in een bestaand gebouw het vijfde lid van toepassing is.

De controle en het onderhoud van droge blusleidingen en de daarbij behorende pompinstallatie is geregeld in artikel 1.16 (Zorgplicht). De blusleiding en de bijbehorende pompinstallatie moeten regelmatig op een adequate wijze worden gecontroleerd en onderhouden. Dit betekent dat zo nodig ook reparaties moeten worden uitgevoerd, maar beter nog dat defecten worden voorkomen. In aanvulling op het algemene zorgplicht van artikel 1.16 bepaalt het zevende lid van artikel 2.29 dat een bij of krachtens de Woningwet voorgeschreven droge blusleiding en pompinstallatie bij oplevering en vervolgens eenmaal in de vijf jaar moeten worden getest overeenkomstig NEN 1594.